Herdenken, bidden en vieren

Tweeëntwintig kaarsen waren er dit jaar bij Allerzielen, de herdenkingsviering voor degenen van onze kerklocatie die in het afgelopen jaar zijn gestorven. Van sommigen hoorde ik pas nu de naam, toen hun nabestaanden naar voren liepen om een kaars aan te steken. Ik kende hen van gezicht, zoals dat gaat in een grote kerk.

Natuurlijk dacht ik aan mijn ouders en schoonouders die al langer geleden overleden zijn, maar het was deze keer vooral de stapeling van verdriet die me trof. Een soort algemeen, collectief verdriet, een pijn van het menszijn.

Pastoor Tjeerd Visser ging in zijn overweging in op drie betekenissen van Allerzielen: herdenken, bidden en vieren.
Mijn aantekeningen:

Lezingen:
Wijsheid 3: 1-9
Romeinen 6: 3-9
Matteüs 25: 31-46

Bijbellezingen in een uitvaartviering moeten niet lukraak gekozen worden. Ze moeten iets te maken hebben met de overledene. Een uitvaart is niet inwisselbaar, maar moet persoonlijk zijn. Er moet een reden zijn waarom we juist díe lezingen lezen. Als je vraagt: ‘Noem eens drie steekwoorden die jouw dierbare omschrijven”, komt er vaak een glimlach – of soms tranen, en soms een grimas. Niet alle relaties zijn harmonieus geweest. Dat hoort ook bij herdenken.Herdenken begint niet pas bij de uitvaart, maar zodra iemand overleden is. Het gaat om het delen van het verhaal: als er gelachen kan worden, wordt er gelachen, als er gehuild moet worden, wordt er gehuild. Dat proces duurt een ruime tijd en de uitvaart heeft daarin een niet te onderschatten rol. Als mensen na een tijdje terugkijken op de uitvaart, blijkt deze vaak te hebben geholpen – net als het ook hier, nu, helpt om gezamenlijk te herdenken en ook weer opnieuw ons verdriet te ervaren.

Het is belangrijk om als eerste bij dit herdenken stil te staan. Het zal korter of langer geleden zijn dat je afscheid hebt moeten nemen van dierbaren, maar iedereen zit hier met herinneringen die komen opborrelen, met alle emoties die daarbij horen. Daar mag en moet ruimte voor zijn. Je kunt niet zomaar over het verdriet heenstappen – en dat mag ook niet, dat zou onmenselijk zijn en dat vraagt God ook niet van ons. Goede Vrijdag moet zijn tijd hebben.

Soms wordt gevraagd: ik zou zo graag willen weten waar hij of zij is, en hoe moet ik me dat voorstellen, de hemel? Jezus vertelt daar opvallend weinig over, maar wel dat wij met Hem verbonden zijn en dat het er goed zal zijn. En Hij gebruikt het beeld van de maaltijd: dan zal de sluier worden opgetrokken en wij zullen de heerlijkste wijnen drinken en samen aan tafel zitten. Ook in dit leven hebben we daar al goede herinneringen aan, aan het samen aan tafel zitten met degenen die ons lief zijn. Uitvaarten gaan soms ook vergezeld van een maaltijd. En ook nu: de eucharistie is samen aan tafel gaan. God komt in ons midden als gastheer om ons te bedienen. Het is dan nu geen grote luxe maaltijd, maar wel een kostbare maaltijd, van brood en wijn. Wij mogen de Heer ontvangen in zijn lichaam en bloed.

De eucharistie is een eschatologische maaltijd: als wij eucharistie vieren, doen wij dat niet alleen maar hier, met de kring hier in de kerk, maar de eucharistie is onze verbinding bij uitstek met de hemel. Zoals in de hemel feest gevierd wordt, zo doen wij dat hier ook. Zo zijn wij al een beetje verbonden met de hemel, omdat Hij die in de hemel is, ook bij ons is. Hij zegt: “Als je wilt weten hoe je bij de Vader komt, hou je dan maar aan Mij vast. Dan kom je een heel eind, dan ben je er eigenlijk al.”

Het tweede element van Allerzielen is bidden. Wij bidden voor onze dierbaren: “Heer, neem mijn man, vrouw, broer, zus, kind, vader, moeder, oom, tante, op aan uw tafel. Laat hen aanzitten aan uw tafel.” – dat is waar de eucharistie over gaat. Wij mogen vertrouwen op Gods barmhartigheid: zelfs na de dood wil Hij onze fouten vergeven. Wij mogen bidden dat er in de verrijzenis van Christus, dankzij Hem, leven is voor ons en onze dierbaren.

Dat de hemel niet gesloten is, maar open – dat mogen wij vieren. En geloven dat onze dierbaren ons zijn voorgegaan waar wij nog naartoe onderweg zijn. Wij mogen vandaag ook een beetje Pasen vieren. Natuurlijk Goede Vrijdag eerst, maar laten wij Pasen niet vergeten. De dood is overwonnen in Christus en daaraan mogen wij ons vasthouden. Dan zullen wij eenmaal aan die tafel aanzitten waar gegeten en gedronken wordt en waaraan wij het leven vieren, niet alleen het aardse, maar ook het hemelse leven.

Met alle twijfels – ook die van Thomas wiens stem vandaag in de lezingen klinkt – mogen wij vasthouden aan dat geloof dat Christus het centrum van ons leven is en dat wij al met één been in de hemel staan. En dat de dood niet de grootste tragiek is in ons leven, maar een poort naar de hemel en naar iets dat zoveel mooier is dan wij ons kunnen voorstellen en dan zelfs Christus kan beschrijven.

Herdenken, bidden en vieren. U mag kiezen welke van deze drie vandaag op u het meest van toepassing is, maar ik hoop eigenlijk alledrie.

 

Oefening
1. Met welke drie trefwoorden zou jij een dierbare die je mist, omschrijven? Brengen die woorden een glimlach, tranen of een grimas bij jou teweeg, en waarom?
2. Herdenken, bidden en vieren: om welke van deze drie dingen gaat het voor jou het meest, als je denkt aan je overleden dierbare(n)? Zijn hier door de tijd heen misschien andere accenten te ontdekken? En geeft het verschillende gedachten en gevoelens als je via deze drie perspectieven aan hem of haar terugdenkt?
Schrijf er iets over op en geef de kern weer in een elfje.

 

2018-11-30T18:43:53+02:003 november 2018|