Het klooster als kiem van mijn overstap

In 2005 is het begonnen, mijn reis van de gereformeerd vrijgemaakte kerk naar de rooms-katholieke kerk. Dat had ik toen niet door, maar terugkijkend zie ik dat het zo was.

Een schrijfweekend in het Lioba-klooster in Egmond-Binnen, onder leiding van Christine de Vries. Het schrijven ging niet om het maken van goede teksten of het schrijven van een boek, maar om kijken naar jezelf. Reflecteren. Een vriendin, Marina, had me uitgenodigd: ‘Ga je mee? Dit is vast iets voor jou’. Ik vond de methode een beetje vreemd en leuk tegelijk.

Tussen de schrijfsessies door gingen we naar de vieringen in het klooster. Een kleine, donkere kapel in dat klooster in de duinen. Stilte, de geur van wierook, het licht van kaarsen en de zon door de glas-in-lood-ramen. Het vreemde houten kruis waar de top van af was, met een bronzen duif erop.

 

Eer zij de heerlijkheid Gods,
Vader, Zoon en Heilige Geest.
Zoals het was in het begin
en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen.
Amen.

 

We zongen en bogen. Ik zong, ik boog. Ik zag de traagheid van de gebaren, het oogcontact en de kleine neiging van het hoofd bij het wassen van de handen van de priester, bij het aanreiken van brood en wijn. Het ene brood dat in precies zoveel stukjes gebroken werd als er mensen waren.

Alles ademde aandacht en eerbied. Hier was God.

En natuurlijk waren de zusters met weinig en klonk het gezang niet vol, alhoewel zuster Zoë er toen nog was met haar fenomenale stem. Maar het kleine en gebrekkige gaf niet. Het ging niet om ons.

In de jaren erna ging ik vaker naar kloosters. Koningsoord in Arnhem, de Onze Lieve Vrouwe Abdij in Oosterhout, de Clarissen en de minderbroeders in Megen. De rituelen en teksten werden me meer vertrouwd, de rooms-katholieke liturgie daarmee ook.

Mijn eigen gereformeerd vrijgemaakte wereld kwam er verder van af te staan. Daar kwam een beamer met filmpjes voorafgaand aan de kerkdienst, een band met drumstel, gitaar en zangers. De organist speelde een jazzy intermezzo tijdens de collecte. Er kwamen opwekkingsliederen en handgeklap. Ik zag hoezeer dit alles mensen raakte en blij maakte, hoe betrokkenheid groeide en hoe er meer activiteiten kwamen, gemeenteprojecten. Maar voor mij was het niet de weg.

Maar ‘mooier’ en ‘stiller’ zijn geen redenen om van kerk te veranderen. Althans voor mij niet. Daar ben ik dan toch te vrijgemaakt voor 😉 Er zijn dogma’s, er zijn verschillen. Wat vond ik daarvan? Een tijd van lezen brak aan.

Ik kwam misverstanden op het spoor: sommige dingen bleken helemaal niet zo te zijn als ik dacht. Maria wordt niet aanbeden. Christus’ offer was wél eens en voor altijd genoeg. Maria en de heiligen zijn geen voorwaarde om tot God te komen. Er was wél een bijbelse onderbouwing voor de rooms-katholieke sacramenten. Natuurlijk, je kunt over interpretaties twisten, maar het komt allemaal wel ergens vandaan.

En daar waar echt verschil was, ontstond in mij ruimte voor een andere interpretatie. Het gebed tot Maria of de heiligen kan een vraag om voorbede zijn, net zoals ik die aan levende mensen kan vragen. Het vagevuur kan een loutering zijn. De hostie kan het lichaam van Christus zijn. Als ik kan geloven dat Christus is opgestaan, dat Hij een verheerlijkt lichaam heeft, dat de Geest God is en wonderen doet, kan ik dan ook geloven dat de grenzen van tijd en plaats wegvallen en dat Hij zijn offer werkelijk tegenwoordig stelt?

Mijn ja kwam na het zien van een schilderij. Maar daarover meer in een ander bericht, want dat schilderij verdient een eigen plek in dit blog.

 

 

 

2018-10-31T20:19:11+01:008 september 2018|

Geef een reactie