iemand echt zien

“Het verhaal van de barmhartige Samaritaan gaat erover dat je iemand kunt zien en dat je iemand kunt zien. De eerste manier van kijken is zien en eromheen lopen. De tweede manier van kijken is zien zodat het je hart raakt. Zien en bewogen raken. Zó zien dat je hart je ingeeft iets te doen, verder te kijken, aandacht te geven.”

Woorden van Duncan Wielzen, pastoraal werker in de parochie De Vier Evangelisten in Den Haag. Voor de bezoekvrijwilligers van de H. Theresia van Ávila-parochie in Dordrecht verzorgde Duncan Wielzen een dag rond het thema “Verlies van zekerheid – pastorale handreikingen”.

Bezoekvrijwilligers gaan namens de kerk bij parochianen op bezoek om hen nabij te zijn en op allerlei manieren bij te staan. Meestal zijn het oudere mensen die bezocht worden, bijvoorbeeld omdat ze niet meer naar de kerk kunnen komen, ziek zijn of lichamelijke beperkingen hebben. Soms ontvangen ze dan ook de communie thuis, in een kleine, persoonlijke woord- en communieviering.
Zelf bezoek ik al een paar jaar verschillende parochianen en ik vind het heel mooi om te doen. Het zijn vaste contacten, dat wil zeggen dat je steeds dezelfde mensen bezoekt en zo een band met elkaar opbouwt.

In onze bezoeken komen we als vrijwilligers belangrijke levensvragen tegen. “Verlies” is dus het thema van deze dag en inderdaad zijn er veel vormen van verlies bij degenen die bezocht worden: verlies van een partner, kinderen soms, broers en zussen, sociaal netwerk, maar ook verlies van gezondheid, mogelijkheden, geheugen en financiële zekerheid.

Duncan Wielzen benadrukt: “Elke vorm van verlies brengt rouw met zich mee. Maar er liggen ook kansen als we er goed mee om weten te gaan. Voor missionair pastoraat en voor presentie-pastoraat.”

Tijdens de lezing noteer ik:

  • Missionair pastoraat gaat over: manifesteren, inleven, bezinnen en verdiepen.
    Manifesteren = dat we ons als kerk geroepen voelen, gezonden weten door de Heer om naar elkaar om te zien. Daar waar mensen naar elkaar omzien, daar is God en daar kunnen wij Hem ook ter sprake brengen.
    Inleven = aandacht hebben voor de belevingswereld van de ander: wat vindt hij of zij belangrijk, wat zijn de vragen en behoeftes van degene die wij bezoeken?
    Bezinnen = ontdekken waarom wij dit bezoekwerk doen en het belangrijk vinden: vanuit welke inspiratie en motivatie doen wij dit en welke rol speelt ons geloof daarbij?
    Verdiepen = structureel en regelmatig bij elkaar komen om daarover na te denken.

 

  • Presentie-pastoraat gaat over: er zijn voor de ander.
    Er voor elkaar zijn zonder te veel aan probleemoplossing te willen doen. Het gaat er in de eerste plaats om om jezelf als gelovige, als mens, als christen te geven – door je tijd, energie en aandacht te geven aan de ander – in een trouw aanbod en in een duurzame relatie, zonder dat sprake is van zelfopoffering. (Duncan Wielzen baseert zich hier op gedachtegoed van Andries Baart over ‘presentie’.)

 

We lezen het verhaal van de barmhartige Samaritaan, zie Lucas 10: 25-37.

 

Duncan Wielzen zegt erover: “Je kunt iemand zien en iemand zien. Zien en eromheen lopen – of zien zodat het je hart raakt en beroert. Zien en bewogen raken. Daar gaat het om bij bezoekwerk. En dan niet zozeer vanuit de vraag ‘wie is mijn naaste?’, maar veel meer vanuit de vraag: ‘voor wie ben ik een naaste?’. Niet ‘doing things right’, maar ‘doing the right thing’. Het eerste gaat over richtlijnen, alles goed doen, volgens de regeltjes, puntjes op de i. Het tweede gaat om: het goede, het juiste doen. Op het juiste moment doen wat er van je gevraagd wordt. Wat is het goede, het juiste, het beste dat ik als medemens kan doen? Hoe kan ik de ander nabij zijn? Dat maakt het spannend, het is een avontuur. Het vraagt om stilstaan bij je eigen spirituele bron, de bron van waaruit je handelt, en ook om vertrouwen dat je handelen gedragen wordt door God, door Gods Geest.”

Ik noteer weer:

  • Aanwezig zijn, zien, écht zien is de kern van het bezoekwerk. Diegene echt zien, daardoor ben je aanwezig.
  • Het gaat om het zichtbaar maken van de onzichtbare mens: door bij hem of haar aanwezig te zijn, maak je hen zichtbaar. Zij krijgen ook een naam: wie is deze mens?
  • Een wezenlijk ingrediënt van hulp die helpt is aandachtige nabijheid waarin de helper – beroepskracht of niet – zich nauwgezet afstemt op wie zijn of haar bijstand zoekt. (Even een zijstap: dit is weer de presentie-theorie van Andries Baart, door hem zelf uitgelegd in een video van 10 minuten. Daarin zegt Baart onder andere: “Pas als je met iemand bent, kun je er voor iemand zijn.” En: “Interrumpeerbaarheid is een kenmerk van barmhartigheid.”)
  • Een Leitmotiv is barmhartigheid.
  • Basiskenmerken: aanwezig zijn en erkenning. Liefdevol en vol aandacht toegewijd zijn aan de ander, en zijn of haar mogelijkheden, beperkingen en onhebbelijkheden erkennen.
  • Aanwezig zijn is meer dan fysiek aanwezig zijn; het is aandachtig aanwezig zijn.
  • In die toewijding wordt de ander serieus genomen, bevestigd in zijn of haar menswaardigheid. Je ziet deze mens volwaardig als mens. De kwetsbare mens is niet alleen maar een hoopje ellende, hij of zij heeft ook mogelijkheden. En onhebbelijkheden, waardoor je om hem heen zou willen lopen, uit allerlei motieven. Maar liefdevolle aandacht wil ons juist daaroverheen tillen, vanuit de overtuiging dat die ander het recht heeft er te zijn. Daarin spiegelen we ons aan de relatie tussen God en ons, zijn schepselen.
  • De presentie-benadering veronderstelt:
    – er zijn voor de ander: langskomen, luisteren, meegaan, klusjes doen etc.;
    – ingaan op de behoefte aan menselijk contact en nabijheid;
    – actiegericht handelen wanneer de situatie erom vraagt: bijv. inschakelen van een pastor.
  • Je bent er niet namens jezelf. Bezoekwerk is ook een vorm van de kerk present stellen. Je haalt je zending uit je doopsel en vormsel. Je bent bezig met pastoraat: zielzorg, zorg voor de ziel, in een duurzame relatie van commitment en trouw aan mensen, geïnspireerd vanuit het evangelie. Duurzaam wil daarbij niet zeggen: eindeloos, maar wel: van kwaliteit.

Tips die ik meeneem:

  1. Bedenk niet wat een ander nodig heeft, maar vraag het.
  2. Vraag niet ‘wat mankeert u?’, maar ‘wat mag ik voor u betekenen?’.
  3. Kom niet met goed bedoelde, ongevraagde adviezen. Mensen wachten niet op een advies, maar willen gehoord worden. Ze willen hun verhaal kwijt; ze willen bij jou op verhaal komen.
  4. Ga knelpunten niet uit de weg omdat je niet weet wat je moet zeggen. Je mag best zeggen dat je niet weet wat je moet zeggen.
  5. Blijf dicht bij je eigen spirituele bron als bemoediging en inspiratie voor het bezoekwerk: waarom doe je dit nu eigenlijk? Wat beweegt jou ten diepste? Bijv. welk bijbelverhaal of evangelie zet jou hiertoe aan? En wat heeft je geloof daarmee te maken? Wat geloof je nou eigenlijk echt?
  6. Voorafgaand aan een bezoek: maak jezelf leeg, maak je hoofd leeg. En bid dat je de ander nabij kunt zijn en dat God, de Heilige Geest, niet alleen de ander draagt, maar ook jou.

.

Foto: detail uit het schilderij ‘De barmhartige Samaritaan’
Vincent van Gogh 1853-1890
Olieverf op doek (73 x 60 cm) – 1890
Kröller-Müller Museum, Otterlo

 

Oefening
1. Welk fragment uit bovenstaande tekst springt er voor jou uit, welke passage raakt je meer dan de rest?
2. Mijmer daarover in een sprintje van 7 minuten: wat roept dit fragment bij je op?
3. Lees je sprintje uit stap 2 (hardop) terug. Wat heeft dit te maken met jouw spirituele bron? Is er misschien een bijbelverhaal of een bepaalde tekst die hiermee te maken heeft? Of iets in jouw geloof? Ga dit niet zitten bedenken, maar begin meteen te schrijven: mijmer op papier in een sprintje van weer 7 minuten.
4. Geef je oogst weer door de volgende open zinnen af te maken met korte sprintjes van steeds 5 regels tekst:
– De ander echt zien betekent dat ik…
– Zélf echt gezien worden…
– De motivatie, ten diepste, waarom ik een ander nabij wil zijn…
– Wie of wat mij daarbij helpt, is…
5. Sluit af met een gebed.

 

 


Wil je een melding krijgen als ik een nieuw bericht heb geplaatst?

2019-09-17T23:56:18+02:0017 september 2019|