krijgen wat je nodig hebt

“Is de wil van God wérkelijk uitgangspunt voor jouw leven?” En: “God geeft zelden wat we vragen, maar altijd wat we nodig hebben.”

Twee uitspraken van pastoor Tjeerd Visser in zijn preek van vandaag. Stof om over na te denken. Of misschien beter: om over te bidden.

De tekst voor de preek kwam uit het evangelie van Lucas 11: 1-13:

Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield, zei een van zijn leerlingen tot Hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.’ Hij sprak tot hen: ‘Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven aan ieder die ons iets schuldig is en leid ons niet in bekoring.’
Hij vervolgde: ‘Stel, iemand van u heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander van binnenuit dan antwoorden: Val me niet lastig, de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het je te geven? Ik zeg u: als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, wordt opengedaan. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven, als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt, zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt, zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.’

Uit de preek heb ik de volgende flarden en citaten opgeschreven:

  • …eigen woorden kiezen in je gesprek met God…
  • Wij zijn vaak teleurgesteld, verdrietig of zelfs boos: “Nou heb ik zó gebeden en de Heer heeft mijn gebed niet verhoord.”
  • …de moed hebben om af te wachten…
  • Dat wat in ons menselijke verkeer speelt, zou ook een rol kunnen spelen in onze relatie met God.
  • “Uw wil geschiede, op aarde en in de hemel” – méén je het ook? Is wérkelijk de wil van God uitgangspunt voor jouw leven?
  • Ja, ons gebed wordt wel verhoord, maar wij krijgen iets anders van God dan wij hebben gevraagd.
  • God geeft zelden wat wij vragen, maar altijd wat wij nodig hebben. Hij kent ons veel beter dan wij zelf.
  • Hij verhoort ons gebed, maar op zijn tijd en op zijn manier.
  • Het is een troostende gedachte dat wij altijd bij Hem mogen komen en dat Hij weet wat wij nodig hebben.
  • Laten wij onszelf oefenen in meer en meer komen tot het besef dat God ons gebed verhoort, ook al is het anders dan wij vragen.
  • Maken wij tijd en ruimte voor God of moet het vlug-vlug? En moeten wij van God dan wél geduld vragen? God hééft geduld met ons, hebben wij het dan ook met Hem?
  • …hoe meer wij zo bidden (“Uw wil geschiede”), hoe meer wij op het spoor komen van wat God wil…
  • En wat ís het dan dat God wil? Ook daarop geeft Jezus antwoord: Hij wil ons zijn heilige Geest geven.
  • Wij denken vaak dat de heilige Geest een soort kracht is die God naar ons toestuurt om ons te helpen ‘ons ding te doen’. Maar dan zijn wij vergeten dat de Geest God zélf is. Hij is een van de personen van de heilige Drieëenheid. Ook tot Hem kunnen wij bidden. God geeft dus niet iets als wij Hem bidden en vragen, nee, Hij geeft zichzélf.
  • Hij zegt: “Ik geef Mijzelf aan jou, uit liefde, en Ik ben altijd bij je. Zelfs in de diepste nacht van je leven ben Ik bij je.” Wat kun je dan meer willen, meer vragen?
  • Geef het tijd, wees geduldig, maak tijd voor de Heer. Ook al is je gebed nog zo stuntelig, stop er niet mee. Voor God is het goed.
  • Hij is dichter bij ons dan wij durven dromen. Zoek Hem en je zult Hem vinden.

 

Oefening
1. Lees de tekst uit Lucas 11: 1-13 (in de Willibrordvertaling hierboven of in een andere vertaling).
2. Noteer welk fragment er voor jou uitspringt: welk fragment raakt je meer dan de rest?
3. Mijmer daarover in een sprintje van 7 minuten: wat roept dit fragment bij je op?
4. Kijk naar de lijst van citaten uit de preek, hierboven. Welk citaat heeft je iets te zeggen in relatie tot wat je schreef in stap 3? (Je kunt ook met je ogen dicht een citaat prikken en je laten verrassen.)
5. Zodra je een citaat hebt, schrijf je daarover door in een sprintje van 5 minuten.
6. Geef je oogst weer door de volgende open zinnen af te maken met steeds 3 tot 5 regels tekst:
– Wat ik hiermee eigenlijk wil zeggen, is…
– Wat ik concreet met dit inzicht wil doen, is…
– Wat mij bij dit voornemen helpt, is…
7. Sluit af met een gebed.

Als je verder aan de hand van bijbelteksten wilt stilstaan bij dit thema, dan kun je kijken naar de andere lezingen van vandaag:
Genesis 18: 20-32
Psalm 138
Kolossenzen 2: 12-14

 

2019-08-06T16:32:42+02:0028 juli 2019|