ons is een lofzang in de mond gegeven

Een regel uit een lied en een hostie in mijn mond. Na alle jaren van avondmaal en eucharistie kan me soms ineens iets treffen waar ik extra dankbaar voor ben.

Op 17 april woonde ik de Chrismamis bij in de kathedraal van Rotterdam. Dit is de mis waarin de bisschop – in Rotterdam is dat mgr. Van den Hende – de oliën voor het komende jaar zegent en wijdt. De olie wordt gebruikt voor het sacrament van de zieken en voor de geloofsleerlingen die op weg gaan naar hun doop. Een bijzondere heilige olie is het chrisma: dit wordt gebruikt voor het doopsel, het vormsel, de priester- en bisschopswijding en de wijding van bijzondere liturgische voorwerpen zoals het altaar. Deze olie wordt tijdens de mis vermengd met geurige balsem en de bisschop ademt erover. Hij en alle priesters die meevieren – het zijn er tientallen, heel indrukwekkend – strekken hun rechterhand uit naar het chrisma, met de handpalm naar beneden, en bidden:

Wij bidden U dan, Heer, en vragen: zegen deze olie en laat de heiligende kracht van uw Geest neerdalen om hierin werkzaam te zijn samen met Christus, uw Gezalfde, aan wie deze olie de naam van ‘chrisma’ dankt: die olie waarmee Gij priesters en koningen, profeten en martelaren hebt gezalfd. Laat dit chrisma een krachtig teken zijn van heil en leven voor allen die door de doop gereinigd worden en tot nieuw leven komen. (…) Laat deze olie voor ieder die herboren is uit water en heilige Geest een heilzaam chrisma zijn: begin van eeuwig leven en onderpand van de beloofde heerlijkheid. Door Christus, onze Heer.

De viering trof me extra, denk ik, vanwege de brand in de Notre Dame in Parijs. Een kluwen van associaties heb ik daarbij: geschiedenis, eeuwenlang geloof, heilige plaatsen, levende stenen, wat en wie is de kerk, wortels, generaties, mijn ouders, lief en leed in mensenlevens, teerheid, vertrouwen op gedragen te zijn, niet alleen persoonlijk maar ook als gemeenschap – over grenzen van tijd en plaats heen.
Met die associaties daar te zitten, in het begin van de dagen voor Pasen, met zoveel mensen samen en na een lezing in het Indonesisch en in het Italiaans, maakte mijn hart vol.

De eerste communiezang was De Profundis: Psalm 130, van Gluck, schitterend gezongen door het koor:

Uit de diepte roep ik,
Heer, luister naar mijn stem.
Wil aandachtig horen
naar mijn smeekgebed.
Hij zal Israël verlossen
van zijn ongerechtigheid.

Daarna volgde het lied Alles wat over ons geschreven is:

Alles wat over ons geschreven is
gaat Gij volbrengen deze laatste dagen,
alle geboden worden thans voldragen,
alle beproeving van de wildernis.

Gij onderhoudt de vlam van ons bestaan,
aan U, o Heer, ontleent het brood zijn leven,
ons is een lofzang in de mond gegeven,
sinds Gij de weg van ‘t offer zijt gegaan.

En net toen ik stil geknield in de bank zat, met de hostie in mijn mond, klonk die regel “ons is een lofzang in de mond gegeven”. Die gedachte had ik nog nooit gehad: de hostie, het lichaam van Christus, als een lofzang in mijn mond. Alsof Christus in mij zijn loflied zingt, het loflied voor zijn Vader, het loflied dat heel zijn leven en sterven is.

Daar ben ik maar even stil bij blijven zitten. Dat is trouwens iets wat ik in de katholieke kerk heerlijk vind: de rust en stilte die er is rond de communie. Tijd om op je eigen manier te ervaren wat er gebeurt. Je loopt stil terug naar je plaats, er wordt niet gesproken en je neemt de tijd voor wat je wilt doen, bijvoorbeeld knielen, bidden, handen voor je gezicht, voorover leunen, stil rechtop zitten, meezingen met de communiezang.

Ik kniel altijd en houd m’n handen als een schermpje om m’n gezicht. Dat helpt me mijn aandacht te richten op de communie en ik voel me meer in m’n eigen ruimte. Ik bijt niet op de hostie, ik laat hem als het ware smelten. Dat duurt langer en die tijd gebruik ik voor innerlijk gebed of stilte. Tegenwoordig blijf ik geknield zitten tot en met het gebed na de communie.
Het is even zoeken geweest wat voor mij de meest bewuste en eerbiedige manier is en nog steeds verander ik wel eens wat. Ik kom uit een kerk (gereformeerd vrijgemaakt) waar de persoonlijke beleving bij het avondmaal niet zo centraal stond in de manier van vieren, althans niet in mijn tijd, misschien is dat nu anders. Er was meer rumoer en gepraat. Het brood at ik op terwijl ik naar de ouderling liep die de beker wijn aanreikte. En na daaruit gedronken te hebben, ging ik terug naar mijn plaats, zat rechtop en keek om me heen. Pakte m’n liedboek. Fluisterde misschien iets tegen degene naast me. De stoelen vooraan, waarop je kon gaan zitten als je wilde mediteren, werden nauwelijks gebruikt. Ik durfde er zelf ook niet te gaan zitten. Dat zou zo opvallen en dan voelde ik me vast alleen maar afgeleid door m’n ongemakkelijkheid.

In mijn huidige kerk waardeer ik zeer de eigen ruimte die er is. We beleven het sacrament samen én op een persoonlijke manier. Het enige dat ik jammer vind, is dat we alleen de hostie ontvangen, geen wijn. Alleen de priester, diaken en misdienaars drinken uit de beker. In de katholieke kerk is het niet nodig de wijn te drinken, want we geloven dat Christus in de hostie al geheel tegenwoordig is, naar lichaam en bloed. Er zijn ook praktische overwegingen bij, zoals het niet willen morsen. In kloosters bestaat de communie meestal wel uit brood en wijn (‘onder twee gedaanten’) en daar ben ik dan altijd heel blij mee. Het voegt letterlijk een smaak toe, meer waarneming om m’n aandacht op te richten, en ik voel me dichter bij het avondmaal van vroeger.

 

Oefening
Vier jij het avondmaal in jouw kerk of ontvang je de communie? Word je dan eens bewust van alles wat je doet en laat: voor, tijdens en na het ontvangen van brood en eventueel wijn. Merk de wisselwerking op tussen ‘buiten’ en ‘binnen’, d.w.z. iets wat je van buiten doet, zoals bijvoorbeeld knielen of je handen voor je gezicht houden, heeft een uitwerking op je innerlijke beleving.
Als je uit gewoonte eigenlijk steeds hetzelfde doet, merk dat op. Misschien wil je iets veranderen? Ervaar hoe dat uitwerkt.
Praat er eens over met een ander: wat doet hij of zij en waarom?

Als je niet naar avondmaal of communie gaat, heb je wellicht iets aan de 4 stappen van spirituele communie (bron: CatholicLink):

  1. Uit je geloof: bid een eigen gebed of gebruik een bestaand gebed om je geloof in de Heer en in zijn tegenwoordigheid uit te spreken.
  2. Uit je liefde: geef in het gebed uiting aan je liefde en dankbaarheid voor de Heer. Dank Hem ook voor zijn oneindige liefde.
  3. Uit je verlangen Hem te ontvangen: spreek het verlangen uit de Heer te ontvangen in je hart.
  4. Nodig Hem uit: vraag, met een nederig, deemoedig hart, de Heer naar je toe te komen net zoals wanneer je het sacrament zou ontvangen.

 

Gezegende Paasdagen toegewenst!

2019-04-19T15:26:07+02:0019 april 2019|

Geef een reactie