schrijftechniek – sprintje2018-11-30T18:15:37+01:00

schrijftechniek: sprintje

Een sprintje is een vloeiende manier van schrijven waarbij je je oordeel en je innerlijke criticus zo veel mogelijk uitschakelt. Dit vloeiende schrijven maakt de kans op verrassingen en nieuwe inzichten groter, zeker wanneer je blijft schrijven nadat de voor de hand liggende dingen al op papier staan.

In een sprintje maak je ruw materiaal, het is een momentopname. Als je wilt, kun je je tekst later altijd nog bewerken en beter maken, maar in een sprintje ben je daar niet mee bezig.

Twee dingen helpen je in de flow van het schrijven te komen:

1.   Innerlijke houding
Realiseer je dat je schrijfsel niet mooi hoeft te worden en dat het slechts ruw materiaal en een momentopname is. Wees bereid te luisteren naar wat zich aandient, probeer je oordeel daarover zo veel mogelijk los te laten.
Saskia de Bruin zegt heel treffend: je hebt modder nodig om goud te vinden. Wees dus bereid modder te schrijven 🙂

2.   Techniek
Een sprintje schrijf je als volgt:

  • Bepaal hoeveel minuten of regels (lijntjes) je gaat schrijven, stel eventueel een timer in.
  • Ga niet eerst nadenken, maar begin meteen te schrijven: je denkt en mijmert op papier, al schrijvend.
  • Volg de gedachten die opkomen.
  • Schrijf iets sneller dan je normaal doet.
  • Houd je pen in beweging; pauzeer en corrigeer niet.
  • Alle gedachten doen mee: als je een ‘onderstroom’ hoort, bijv. een oordeel over wat je schrijft of kritiek op wat je aan het doen bent, schrijf die gedachten dan ook op.
  • Als je even niet meer weet wat je schrijven zal, herhaal dan het laatste woord totdat er weer een andere gedachte komt.
  • Maak zo de bepaalde tijd of schrijfruimte vol.