twee soorten vrijheid

Wanneer ben je vrij? Als je kunt kiezen wat je maar wilt, in welke richting dan ook, of als je wilt kiezen wat goed is? Ik had niet eerder over dit onderscheid nagedacht, maar een college moraaltheologie leverde twee termen op: vrijheid van onverschilligheid versus vrijheid voor excellentie.

Het zijn twee definities van vrijheid waar ik nog eens op moet broeden.

Volgens vrijheid van onverschilligheid gaat het erom dat je om het even wat kunt kiezen. Vrij ben je als je kunt doen wat je wilt, ongeacht de kant die je daarmee opgaat, of dat nou goed is of niet.

Volgens vrijheid voor excellentie ben je pas echt vrij als jouw wil om het goede te doen niet wordt aangetast door verlangens die de andere kant op gaan. Vrij ben je als je het kwade niet eens wilt doen. Dan is je hele innerlijke ruimte én je ruimte van handelen vrij voor het goede.

Deze tweede definitie maakt het persoonlijk. Mijn vrijheid hangt dan niet zozeer af van de omstandigheden (hoeveel opties heb ik?), maar het gaat meer over wat ik wil en hoe zuiver mijn verlangens zijn. Waar koers ik op? Welke koers blijkt uit mijn gedrag? En wat zegt dat over wie ik wil zijn?

Van de docent, Anton ten Klooster, noteerde ik een paar mooie uitspraken:

  • Naar Aristoteles: Geluk is de stip op de horizon waarop je je leven oriënteert: waar moet het uiteindelijk heen? De christen zal zeggen: naar God. Als je gelooft dat God in zichzelf volmaakt gelukkig is en dat Hij de mens uit liefde heeft geschapen om te delen in die liefde en dat geluk, ga je denken: daar ergens, dáár moet het heen.
  • Karakter wordt gevormd door een wisselwerking tussen datgene waar we naar streven als einddoel en hoe we daadwerkelijk naar dat einddoel toegaan. Het helpt als de stappen die je zet, deel worden van wie je bent, als de dingen die je doet je daar steeds dichterbij brengen. Wanneer je prioriteiten stelt en die keuzes maakt, zullen deze naar binnen slaan en je dichterbij je einddoel brengen.
  • Over het boek Moral Theology: Mattison stelt hier de vraag: waar moeten andere dingen voor wijken? Er is een soort hiërarchie in de dingen die we belangrijk vinden. Wat zeggen de dingen die in jouw leven hoger of lager op de prioriteitenlijst staan over jouw waardenpatroon en over datgene wat jij als hoogste goed en nastrevenswaardig beschouwt?
  • Dan moet je je afvragen: dat wat je feitelijk aan het doen bent, gaat dat jou verder brengen? Heeft het een doelstelling die je in het leven brengt waar je wilt komen, bij dat wat je nastrevenswaardig acht?

Ik vind het mooi hoe deze vragen een verband leggen tussen alledaagse keuzes en hogere waarden. Tussen concreet gedrag en abstracte levensdoelen. Bijvoorbeeld: als ik niet naar het familiefeest ga omdat ik weer moet overwerken, welke waarde weegt dan het zwaarst? Of als ik zo gemakkelijk dat glas wijn neem in plaats van een kop thee, of dat stuk chocola in plaats van een sinaasappel, aan welk einddoel werk ik dan? Elke keuze is een stap op een weg, dus op welke weg loop ik eigenlijk als ik keuzes in deze richting maak?
Als inderdaad de stappen die ik zet, deel worden van wie ik ben, gaat het niet alleen om de vraag: wat wil ik doen, vandaag, dit uur, deze avond, maar ook om: wie wil ik zijn? Zó samenvallend qua doel en weg en stappen dat ik helemaal vrij ben voor het goede? Vrij voor excellentie?

Niet haalbaar, denk ik meteen. Maar dan komt me gelukkig een les van Wil Derkse voor ogen, over deugdethiek. Hij zei: “Waarden zijn als de Poolster waar je op koerst. Niemand kan er komen, je wilt er niet eens zijn, maar je stuurt er wel op. En je kunt steeds opnieuw je koers een beetje bijstellen als je weer bent afgedwaald.” Fjoeww.

 

Wil je een mailtje krijgen als ik een nieuw bericht heb geplaatst?
2020-02-09T13:13:22+01:008 februari 2020|

Geef een reactie