vol van de Geest

Geloof is vriendschap met God. Dit zegt Peter Halldorf in zijn boek Vol van de Geest. Halldorf is werkzaam binnen de pinkstergemeente in Zweden en een van de oprichters van een oecumenische gemeenschap in Scandinavië. Hij wordt geïnspireerd door het kloosterleven en het gedachtegoed van de kerkvaders. In zijn boeken legt hij verbanden tussen bijbelteksten, de vroegchristelijke en de oosters-orthodoxe theologie en persoonlijke beleving van spiritualiteit.

Ik heb het boek ‘Vol van de Geest’ nog lang niet uit, maar ben al wel ver genoeg om een overeenkomst te zien met het werk van John Zizioulas. Diens boek ‘Communion and Otherness’ verschijnt in april in een Nederlandse vertaling, Gemeenschap en Andersheid, van de hand van zr. Hildegard Koetsveld.

De boeken klinken totaal anders, Halldorf schrijft in spreektaal en op Zizioulas moet je wel even studeren. En de auteurs komen natuurlijk uit andere wortels voort: Zizioulas is een oosters-orthodoxe theoloog en Halldorf staat in de pinksterbeweging. Ik verwacht dat Halldorf veel meer aandacht zal geven aan spirituele ervaringen en subjectieve belevingen, maar het begin van ‘Vol van de Geest’ doet me toch aan Zizioulas denken.

Halldorf benadrukt, net als Zizioulas, dat God gemeenschap is: Vader, Zoon en Geest. God is niet ‘iets’, Hij is Iemand, een ander dan wij. Daarmee wordt niet alleen God, maar ook het geloof persoonlijk. Het gaat dan niet om het rationeel kennen van een leer, maar om het relationeel kennen van een Persoon die in zichzelf al gemeenschap is omdat Hij drievuldig is.

In de vereniging tussen Vader, Zoon en Geest heerst de volmaakte liefde. Wij zijn niet alleen geschapen zodat wij in onze gemeenschap met elkaar als mensen de onderlinge liefde van de Drie-eenheid weerspiegelen, wij worden ook uitgenodigd om te delen in Gods vriendschap. Omdat we geschapen zijn naar het beeld van de drie-enige God, is het de belangrijkste roeping van de mens om lief te hebben. Door de liefde worden wij ‘méér mens’.
(Vol van de Geest, p. 19)

Die drie-eenheid is voor ons niet te begrijpen. Hoe kan iemand één en drie tegelijk zijn?

Wij zijn geschapen om ons te verbinden met God, niet om God te verklaren. (…) Er gaapt een afgrond tussen de waarheid die geopenbaard wordt door de Geest en de waarheid die men bereikt door filosofische speculatie. Het is net als met vriendschap: men verhoudt zich er niet mee in gedachten, men geeft zich eraan over met zijn hele wezen. Pas dan wordt het ook mogelijk om, van binnenuit, te overdenken en woorden te geven aan wat men ervaart. Die woorden dragen noodzakelijkerwijs meer het karakter van een lofzang dan van een uitleg. Ze worden meer poëzie dan retoriek. Meer een liefdesverklaring dan een overeenkomst.
(Vol van de Geest, p.21-22)

Mij spreekt het Persoon-zijn van God zeer aan. Geloof wordt zo een relatie met Iemand. Niet een vertrouwen op ‘iets’ in mijzelf, maar een toevertrouwen aan Iemand die geheel anders is dan ikzelf. Ik als schepsel in relatie met mijn Schepper.

 

 

Oefening
Maak omstandigheden waaronder je een tijdlang ongestoord kunt blijven zitten.
Een icoon of een licht als aandachtspunt kan helpen.
Stel jezelf in de tegenwoordigheid van God door innerlijk of hardop te zeggen “Heer, hier ben ik” (of een eigen variant daarop) en je te realiseren dat God jou ziet en kent en liefheeft. Je kunt dit ook in een gebed doen en vragen of Gods Geest jouw hart wil openen.
Leg aan Hem voor hoe je jullie relatie ervaart, op dit moment in je leven, zonder oordeel, eerlijk vertellend.
Vraag Hem wat je vragen wilt, zoals het in je opkomt.
Wees een tijd stil.
Sluit af zoals je wilt, bijvoorbeeld met een dankgebed, het Onze Vader en/of een buiging.Schrijf iets op over je ervaring en geef de kern weer in een spiegel-elfje.

 

2019-03-24T15:23:00+02:0024 maart 2019|