vrede aan dit huis

Het testament van Jezus klonk in de preek vandaag, op het feest van de Heilige Familie. “Dit is mijn gebod: dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad.”

Uit de preek van Pastoor Tjeerd Visser haal ik onder andere de vraag: laat ik God achter in de kerk waar ik Hem vanochtend ontmoet heb of neem ik Hem mee als basis voor de relaties in de rest van mijn leven?

Mijn aantekeningen:

Je kent vast wel de twee regels waarmee sommige ouders hun kinderen opvoeden. Regel 1 luidt: “Je ouders hebben altijd gelijk.” En regel 2: “Als je ouders geen gelijk hebben, dan treedt regel 1 in werking.” Zo hebben we allemaal onze lijstjes met regels die gelden in je huis, in je gezin, in je manier van samenleven. Je wordt er als mens niet slechter van als er regels en structuur zijn in het gezin waar je opgroeit. Maar dat is vooral zo wanneer die regels worden opgetuigd vanuit liefde.

De brief van de apostel Paulus aan de Kolossenzen bevat zo’n lijstje met regels. Aanwijzigingen over hoe je met elkaar om moet gaan. Paulus heeft veel van die lijstjes; de werkwoordsvorm die hij in zijn brieven het meeste gebruikt, is de gebiedende wijs. [Wees dit, doe dat.] Je kunt je afvragen of dat de meest effectieve vorm is, maar het klopt dat je niet kunt samenleven als er geen regels zijn. In iedere vorm van samenleven, groot en klein, zijn er regels waar mensen zich aan hebben te houden.

Maria en Jozef dachten zo ook hun huisgezin op orde te hebben. En dat Jezus, die inmiddels twaalf jaar oud was, wel wist wat de regels waren. “Je blijft bij je ouders” – misschien hebben ze het zelfs letterlijk gezegd. Maar ze zijn hem kwijtgeraakt, hebben drie dagen gezocht en hem uiteindelijk in de tempel gevonden.

Jezus lijkt hier een opstandige puber die uit de band springt: ik ga waar ik wil gaan. Maar het eind van de evangelietekst laat zien dat dat niet zo is en dat er dus iets anders aan de hand is. Jezus maakt een heel bewuste, eigenlijk volwassen keuze om zijn omgeving en vooral zijn ouders iets duidelijk te maken. Hoezeer Maria en Jozef ook hun best hadden gedaan om bij hen thuis regels te hanteren, Jezus maakt duidelijk: er is één Iemand nog belangrijker om je hoofd voor te buigen en dat is God, en daarom ben ik nu hier in de tempel. “Wist gij dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” Want dit heeft het evangelie van Kerst ons laten zien: Jezus is God, dus de tempel van God is zijn huis.

Het lijkt wel alsof hij Maria en Jozef – en over hun hoofden heen ons – een les wil leren. Bij het optuigen van onze relaties, ons gezin, onze samenleving, onze kerk, in hoeverre heeft God inderdaad prioriteit? In hoeverre nemen wij Zijn wil, Zijn lijstje mee? Hebben wij daarover nagedacht? We zijn nu hier in de kerk, in Gods huis, om bij de Vader te zijn – maar laten wij de Vader hier achter of nemen wij Hem mee als we straks weggaan? Stellen wij God ook centraal in ons éigen huis?

Als het over huisregels gaat: in het huis van God, in zijn gezin, in zijn familie is maar één regel echt belangrijk. Jezus zegt het als hij aan tafel zit met zijn leerlingen, Hij geeft als het ware zijn testament: “Dit is mijn gebod. Dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad.” Daarmee zegt Hij: jullie mogen bij Mij komen om je bemind te weten, maar neem die liefde ook mee naar huis en leef daaruit. Leef die liefde ook aan anderen voor.

Het staat als een paal boven water: als een gezin niet kan leven uit liefde, is er iets goed fout. Maar kunnen wij niet alleen ons gezin, maar ook onze samenleving en onze kerk inrichten volgens dat gebod? Ieder mens is uniek. Hoe gaan wij om met die diversiteit? Paulus schrijft daarover in zijn brief aan de Kolossenzen: dat wij onszelf aan elkaar moeten weten te geven en geduldig met elkaar moeten omgaan. Dat is niet altijd even gemakkelijk en het ontstaat niet zomaar, maar we moeten eraan werken uit naam van de liefde. God wil ons daarbij helpen.

Het uitgangspunt mag steeds zijn dat wij mogen voelen dat wij er mogen zijn als mens, precies zoals wij zijn, met onze sterke en zwakke kanten. Dat wij bij God thuis mogen zijn, dát nemen wij mee naar huis. Om ons huis ook een thuis te maken, niet naar ons eigen idee, maar naar Gods idee. Jezus heeft aan zijn leerlingen gezegd dat ze bij het binnentreden van een huis als eerste woord moesten zeggen “Vrede aan dit huis”. Verkondig die vrede die groeit vanuit de liefde van God en maak hem zichtbaar in de manier waarop je die ene regel van God in praktijk brengt, door te laten zien: het is goed om hier te wonen, God is onze Vader en dat maakt ons allen broeders en zusters van elkaar.

 

Oefening
Laat jij God in de kerk achter of neem je Hem mee, jouw eigen leven in? In hoeverre richt je jouw relaties (met je partner, je gezin, familie, en ook in je werk en je kerk) in volgens Jezus’ testament van de liefde?
Mijmer eens over deze vragen; misschien komt er wel één bepaalde relatie bij je op waar deze vraag het belangrijkste voor is. Schrijf er iets over op en geef de kern weer in een elfje.

 

2018-12-30T17:27:14+01:0030 december 2018|